De legerleiding in Brugge probeert een uitweg te zoeken en de beschikbare krachten te reorganiseren. Willem de Deken heeft het niet onder de markt om na deze nederlaag, zijn eigen autoriteit te bewaren in zijn Brugge. Hij reist te paard naar Diksmuide. De strijdkrachten van Filips van Valois rukken verder richting Ieper. Op 27 augustus is de koning opgerukt tot de regio Poperinge. Via Eeke, Westouter en Berten. Poperinge onderwerpt zich aan de koning. Het Franse leger last een pauze in van enkele dagen om wat rust te bieden aan de soldaten en om de gewonden te verzorgen.

Filips van Valois roept graaf Lodewijk van Nevers bij zich. Volgens de Franse kronieken adviseert hij zijn “beau cousin” om voorzichtiger en menselijker om te gaan met de Vlamingen zodat hij minder te maken zal krijgen met rebellie. En er volgt vooral de dreiging dat het de laatste keer is dat hij Vlaanderen “in vrede” aanbiedt aan zijn vazal. In het geval hij dit ooit nog eens moet doen, zal dit alleen nog maar in zijn eigen voordeel zijn en niet langer in dienst van Lodewijk. Lodewijk van Nevers slaat de woorden van de koning in de wind. Hij denkt er het zijne van. De teruggekeerde graaf denkt maar aan één zaak: wraak. Hij wil zich ongenadig wreken op die vuile Vlamingen.

Willem de Deken doet vergeefse pogingen om het parlement samen te roepen in Diksmuide. Er worden brieven verstuurd naar Sint-Winoksbergen, Poperinge en Ieper. Maar Poperinge is al gevallen en de Ieperlingen laten weten dat de Fransen al veel te dicht genaderd zijn en dat het veel te laat is om ook maar enige weerstand te kunnen organiseren.

Inderdaad! Op 1 september 1328 staan de Fransen aan de poorten van Ieper dat met zijn omwalde buitenvesten een reusachtig bastion geworden is. De Ieperse schepenen zien het zinloze van hun strijd in en openen de poorten van de stad om bloedverlies van de stedelingen te voorkomen. Tweeduizend Fransen onder leiding van Gauchez de Châtillon proberen de stad binnen te komen.